Hoe ik mijn leesplezier terugvond in een reeks tienerboeken

Op dinsdag 27 oktober verschijnt ‘A Court of Splintered Harmony’, het zesde ACOTAR-boek. Die reeks gaf me voor het eerst in meer dan een decennium opnieuw plezier in het lezen.
Het eerste wat je ziet wanneer je mijn woonkamer binnenstapt, is een metersbrede boekenkast. Toen ik ze vijf jaar geleden kocht, kon ik een drietal planken met mijn boeken vullen. Vandaag wordt het stilaan tijd om extra kastruimte te kopen. Ondanks - of net dankzij? - mijn ADHD verslind ik boeken. In 2023 en 2024 las ik er telkens 40, vorig jaar waren dat er maar 21. Dat heeft deels te maken met de tijd die in het schrijven van mijn eigen boek kroop, maar ergens onderweg was ik de liefde voor het lezen ook wat verloren.
De laatste jaren belandde ik om de een of andere reden (volwassen worden?) in een spiraal van Serieuze Boeken. Het kostte me steeds meer moeite om twintig bladzijden per dag te lezen, want ik sleepte me voort door vuistdikke romans vol pretentieuze personages die weinig beleefden en die vooral geschreven waren om het intellect van de auteur tentoon te stellen. Het absolute dieptepunt was ‘De Jaknikker’ van Peter Buwalda, een boek waar ik me vier maanden lang door moest worstelen.
Bekend van TikTok
Niet dat ik niet van dikke boeken houd - ‘Max, Mischa & het Tet-offensief’ is mijn favoriete boek en telt maar liefst 1.232 bladzijden - maar het verhaal van ‘De Jaknikker’ gaat gewoon nergens heen. Het was het zoveelste boek op rij dat ik teleurgesteld weglegde, maar net op dat moment waaide een ander boek mijn leven binnen. Correctie: vijf boeken. ACOTAR, voluit ‘A Court of Thorns and Roses’.
Op BookTok is de reeks, waarvan het eerste deel in 2015 verscheen, al maandenlang een trend. Ze was me ook al meermaals aanbevolen door vriendinnen, maar zowel de covers als het feit dat de boeken in de Young Adult-sectie van de boekhandel liggen, schrokken me af. Toen ik in januari het eerste boek een kans gaf, ging er een wereld voor me open. Meerdere werelden, om precies te zijn.
In de ban van de fae
Als je ACOTAR zou samenvatten, geef je anderen waarschijnlijk het gevoel dat het een tenenkrommende reeks is. ‘Feyre, een mens, belandt in het fae-land, wordt verliefd op Tamlin, offert zich op om hem te redden en wordt zelf fae. Daarna raakt ze verstrengeld met de machtige Rhysand, en samen vechten ze doorheen de rest van de reeks tegen steeds grotere vijanden en machtsstrijden in de fae-wereld.’
Misschien kan je de reeks nog het best omschrijven als een combinatie van ‘The Hunger Games’, ‘The Lord of the Rings’ en ‘Belle & Het Beest’, met een snuifje erotiek als kers op de taart. De boeken lezen zeer vlot, want ze vinden perfect de balans tussen korte hoofdstukken en genoeg beschrijving om weg te dromen bij de fantasiewereld die schrijfster Sarah J. Maas bedacht. En ik zou cynisch kunnen doen over de oppervlakkige plotlijnen of de personages, maar daarvoor hadden de boeken me veel te snel in hun greep.
Voor het eerst sinds jaren - wat zeg ik, decennia - kon ik een boek niet meer wegleggen. Ik stond in de woonkamer lezend met het boek in mijn hand, en keek een kwartier later op zonder te weten wat ik er kwam doen. Ik stuurde ACOTAR-memes naar vriendinnen en beluisterde podcasts waarin ieder hoofdstuk of de aankondiging van twee nieuwe boeken besproken werd.
Door die ervaringen hervond ik de liefde voor het lezen, en begon ik me ook weer aan andere boeken te wagen. De autobiografie van Lena Dunham, bijvoorbeeld, of de nieuwste Dave Eggers. Voor het derde deel van Peter Buwalda z’n trilogie ga ik waarschijnlijk vriendelijk bedanken, maar dankzij ACOTAR heb ik de afgelopen maanden alleszins weer mogen ervaren dat het niet aan mij lag: ik kan mezelf nog steeds volledig verliezen in een boek. Dinsdagochtend sta ik samen met een hoop anderen om 7u30 in de boekhandel, die speciaal voor de release van het zesde deel in de reeks vroeger opent. Het is van Harry Potter geleden dat een boek me nog zover heeft gekregen.

.png)
.png)
.jpg)

